Activiteiten & Actueel

Vogels in de tuin

Iedereen die regelmatig een blik in de tuin werpt zal hebben opgemerkt, dat er in de wintermaanden veel meer vogels in de tuin aanwezig zijn dan in de lente en de zomer. Vooral als u de vogels bijvoert kunt u genieten van een grote verscheidenheid aan soorten. 

Wilt u door het hele jaar heen meer vogels in de tuin dan is het naast het voeren van vogels belangrijk om een vogelvriendelijke tuin te hebben. Een vogelvriendelijke tuin is een tuin, waarin vogels niet alleen voedsel en nestgelegenheid, maar ook rust en bescherming kunnen vinden.  

In een vogelvriendelijke tuin groeien dichte en stekelige struiken, hoge bomen, bloeiende planten die insecten lokken en klimplanten.Maar ook zijn er bessendragende struiken en bomen zoals meidoorn (Crataegus monogyna, Crataegus laevigata), vlier (Sambucus), zuurbes (Berberis), lijsterbes (Sorbus aucuparia) en vuilboom (Rhamnus frangula) te vinden. Hoe meer variatie u in de beplanting aanbrengt des te meer soorten zullen uw tuin bezoeken.

Vogels hebben namelijk evenals mensen voorkeur voor bepaald voedsel. Lijsterachtigen zijn bijvoorbeeld gek op bessen en kersen. Zaadeters, die herkenbaar zijn aan een korte dikke snavel, zoals huismus, ringmus en vink eten graag zaadjes van planten als distel (Eryngium), kaardebol (Dipsacus fullonum) en zonnebloem (Helianthus annuus). Verder houden zij van zaden van bomen als els (Alnus) en berk (Betula), beuk (Fagus) en eik (Quercus). Insectenetende vogels, die een dunne snavel hebben, zoals heggenmus, roodborstje en winterkoning koolmees, pimpelmees en staartmees kunt u naar de tuin lokken met bloeiende planten die insecten aantrekken en planten en struiken waarop rupsen leven.

Een vogelvriendelijke tuin is ook een tuin, waar de vaste planten voor de winter niet tot de grond toe worden weggeknipt,  waar het niet al te netjes is en afgevallen blad mag blijven liggen, zodat de vogels nog lange tijd zelf in hun onderhoud kunnen voorzien.

Met het voeren van vogels kunt u vanaf november op bescheiden wijze beginnen. Vogels kunnen dan alvast aan de plek wennen, waar zij in de winter extra voer kunnen vinden. Het echte bijvoeren is pas nodig bij vriezend weer of sneeuw. Bij het naderen van de lente kunt u geleidelijk aan stoppen met voeren, zodat de vogels weer voor zichzelf  kunnen gaan zorgen.

Ook nestkastjes horen bij een vogelvriendelijke tuin. Kastjes voor verschillende soorten vogels zoals pimpelmees en koolmees dienen minimaal drie meter uit elkaar te worden opgehangen. Veel vogels hebben in de broedtijd namelijk een territorium en blijken dan onderling ook ruzie te maken. Het beste kunt u de nestkastjes in de herfst ophangen, maar het liefst voor maart. Dan kan het kastje in de winter namelijk al als slaapplaats dienen.

  • Wist u dat een kleine zangvogel tijdens een koude winternacht wel 10% van zijn lichaamsgewicht verliest?
  • Dit verlies moet hij overdag weer zien aan te vullen. Voldoende voedsel in de buurt is dan ook erg belangrijk.

 Voor meer informatie: www.vogelbescherming.nl

meer

 

 

 

22
Feb
Een groen visioen - Blik op de tuin (890)
20
Feb
Paars Gras